zondag 29 april 2018

Vangen en lossen


Zondagmorgen thuis op de bank terugdenkend aan gisteravond. De hele zaterdag had ik hard gewerkt aan mijn nieuwe schutting. Diepe gaten graven, loodzware hardhouten palen plaatsten en schermen monteren van larikshout. Het resultaat mocht er zijn. Degelijk vakwerk vond ik zelf, laat de storm maar komen. Die kwam gisteravond gelukkig niet, het was redelijk weer hier. Visweer vond ik. Daarom rond half zes op pad. Net als vorige week naar de Flevopolder om Flevokarpers te verschalken. Dat lukte vorige keer immers goed. Ging daarom naar dezelfde stek. Niemand te zien. Altijd prettig. Er wordt daar wel gevist, maar niet veel volgens mij. En zeker niet op die moeilijk toegankelijk stekken die mijn voorkeur genieten.


Het is een tocht door een lommerrijk bos, omringt door bomen en rietkragen, prachtig gelegen en met kraakhelder water. Ideaal water om te pennen. Zag er gister nog geen ijsvogels, al zitten die er wel. Ook de bever komt er soms voorbij, meestal in de schemering. Rond mijn stek zie je wel afgeknaagde takken en moddersporen waar hij uit het water de kant op klimt. Een paar jaar terug dook er één op naast mijn dobber en klapte met zijn platte staart hard op het water. Kortom, een paradijsje in Flevoland dat altijd wel een verrassing in petto heeft. 

Zo ook gisteravond. Het gebeurde op mijn tweede stek die ik eerder had aangevoerd. Ik weet dat je dan altijd alert moet zijn en soms direct beet krijgt. Dan overkwam me gister dus ook. De pen kreeg niet eens de kans om te gaan staan, maar zakte gelijk schuin weg. Slaan en hangen. Dat gaat goed dacht ik, had op de eerste stek al een karper gevangen van 57 cm. Deze leek groter. Maakte run na run, mijn Pateke Morton matchhengel krom als een hoepel. Prettig geluksmoment voor een penvisser. Even later was het genoegen plotsklaps voorbij. Los! Kan gebeuren natuurlijk, lossen hoort bij het karpervissen en kan velerlei oorzaken hebben. Deze oorzaak werd me snel duidelijk toen ik mijn haak met hair bekeek en een schub zag. De karper was vals gehaakt. Die tellen niet. Niet erg dus dat die los schoot, ook beter voor de vis. Bovendien had ik al een karper gevangen, zie de beginfoto.


De stek was natuurlijk wel verstoord geraakt. Verderop bij wat riet, dicht bij het sleepspoor van de bever had ik ook gevoerd. Daar nog even proberen. Het was onderaan een talud, tussen de bosjes onder bomen. Kruip door sluip door vissen, heerlijk vind ik dat, voorzichtig manoeuvreren met mijn 3.65 lange glashengel. Dobbertje wilde eerst niet gaan staan, haalde een paar takken op die op de bodem lagen. Stek zal ook wel verstoord zijn dacht ik. Dat viel mee, want even later stond ik weer met een kromme hengel een karper te drillen. Moest wel door het riet het water in om te scheppen, had gelukkig mijn lieslaarzen aan. Visje van 52 cm, zo’n typische torpedovormige Flevokarper, snel en oersterk.


Terwijl ik nog met een kromme hengel stond, had ik in een ooghoek al een auto zien stoppen. Ik herkende de man die uitstapte aan z’n jas, had hem op de heenweg op een andere stek al zien zitten. Een visser. Het bleek een Poolse visser te zijn. Hij had niets gevangen was nieuwsgierig naar mijn stek. Dat er karper zat had hij net gezien. Of er ook grote zaten? Nee, dat niet, zei ik eerlijk, de meeste die je hier vangt zijn rond de 50/60 cm, soms een zeventiger, maar altijd slanke vissen, geen dikbuiken. Vond dit wel lastig. Iedereen mag van mij overal vissen, ook op mijn stekken. Die natuurlijk niet van mij zijn, al heb ik ze soms wel zelf ontdekt. Ook heb ik niets tegen Polen. Mijn oudste zoon had een Poolse vriendin, een lief meisje. Afgelopen winter waren we zelf een weekje in Polen, weinig mis met de mensen daar. Helaas hebben Poolse vissers een bepaalde reputatie opgebouwd. Wat je hoort is dat ze hun rotzooi laten ze achter en de vissen meenemen. Het omgekeerde lijkt me beter. Of deze man ook een meenemer was weet ik niet. Hij kwam wel serieus over. Ik probeerde uit te leggen dat het kwetsbaar water is en de visdruk beter beperkt kan blijven. Afwachten maar of die boodschap overkwam.

Overigens ving ik mijn karpers met een kikkererwt en een maïskorrel aan een hair. Had vier stekken aangevoerd, ook met hennep. Het werkte weer. Aan de Pateke Morton een oude Sigma 035 met 22/100 nylon, ook dat werkt altijd goed. Gauw maar weer terugkomen!

zondag 22 april 2018

Eindelijk


Poosje stil geweest op mijn blog. Miste de inspiratie om te schrijven, had er ook de rust niet voor. Was nogal druk op het werk en het weer zat ook niet mee. Ook sociaal gezien waren er andere prioriteiten. Wil het nu weer oppakken. Heb ook wat te melden, de foto verklapt dat al. Want afgelopen vrijdag was het zover. Eindelijk na al die maanden weer gevist. Kon niet langer wachten. Had wel mijn spulletjes goed verzorgd in de winter, ook nieuwe lijn op mijn molentjes gezet. Was er dus klaar voor.



Rond vijf uur vrijdag had ik tijd. Altijd lastig om te kiezen, genoeg mogelijkheden hier binnen een half uurtje rijden, oude en nieuwe polders. Het werd een nieuwe. Eerst kijken bij een tocht waar ik een paar jaar geleden regelmatig karper ving. Wel een lange tocht, gelegen in een bos, maar waar zouden ze zitten? Op de eerste plek aarzelde ik. Het water lag er mooi bij, maar ik zag geen aanwezigheid van karper. Dat zegt niet zo veel, maar ik reed toch even verder naar een volgende stek. Dat bleek een goede keuze.


Ik zag gelijk de aanwezigheid van vis aan het oppervlak, overal kringen en ook deining in het water. Veel voorn, maar ook zag ik donkere schaduwen voorbij komen. Dat moest karper zijn! Ik ging in een vuilhoek zitten met zowel afgestorven als ook opkomend riet. Ik viste daarover heen met mijn 3.60 lange driedelige Pateke Morton matchhengel. Een heerlijke glashengel met voldoende body. Had direct beet, dobbertje ging alle kanten op, maar geen wegloper om op te slaan. Had haakje 10 met op de hair een kikkererwt en een maïskorrel. In het riet voor me zag ik kolken en bewegende rietstengels, op nog geen meter van me af! Maar vangen was er niet bij. Dan maar op voorn dacht ik, wilde toch dat mij handen naar vis zouden ruiken. Had ook mijn oude Shimano Twinpower 1 ponds hengeltje bij me met met een molentje met 18/100. Monteerde een klein vlokdobbertje, wat loodjes en een haakje 14.

Legde in net achter het riet op ongeveer 30 cm, terwijl het daar al ruim een meter diep was. Viste met een halve maïskorrel en ving al gauw een paar leuke ruisvoorns van rond de 20 cm. Dus in elk geval vis. Ondertussen kreeg ik een appje binnen van een vismaat die zich in een naburige late winterhaven klem ving aan 30 plus voorns en windes. Dat ging mij niet lukken dacht ik. Toen dook het vlokdobberje weer onder en gelijk een enorme boeggolf naar links, helaas maar kort, haakje schoot los. Karper! Dus toch! Daarna weer een paar voorns.

Ik verkaste een tiental meters naar waar ik eerder had gevoerd. Met twee hengels, altijd riskant. De Pateke Morton op ongeveer zes meter op de bodem. De Twinpower vlak voor me, een meter uit de kant, met een maiskorreltje ook op de bodem, het was daar maar 60 cm diep.

Toen gebeurde het. Kijkend naar de andere dobber en zag ik in een ooghoek de lijn van de Twinpower strak lopen en de top krom trekken. Direct een enorme run naar de overkant, de twinpower als een hoepel en een gierende slip. Als dat maar goed gaat dacht ik. Het ging gelukkig goed, heerlijk om zo’n vis te drillen met zulk licht materiaal. Op die plek geen bomen in het water, dus ik kon de karper de ruimte geven. Ook het kleine haakje hield het. Die Flevokarpers zijn echte torpedo’s en oersterk.

Ging weer terug naar de vuilhoek. Nog steeds beweging in water daar. Viste nu weer alleen met de Pateke Morton met kikkererwt en mais. Na zo’n 20 minuten een trage wegloper en direct een run naar links, het afgestorven riet in. Gelukkig kwam de vis snel los en kon ik de karper uitdrillen. Deze was slanker, echt zo’n torpedo, kenmerkend voor karpers uit de Flevopolder. Maar oersterke vissen. Voldaan ging ik even rustig op mijn krukje zitten. Nu al een verdubbeling van mijn karpervangst van vorig seizoen.


Inmiddels liep het tegen half negen en de uitbundig zingende zangvogels genoten met mij van de mooie zomerse avond. De tocht waar ik zat te vissen liep door aan de andere kant van een weggetje. Ik had daar bij aankomst al gevoerd. Dus daar nog even proberen.


Als gauw liep de dobber schuin weg, maar ik wachtte wat te lang. Zag even later een rietstengel vlak tegen de kant bewegen en sleepte mijn dobber daarheen. Al gauw een mooie wegloper en direct weer een run. Voelde gelijk dat deze karper groter was dan die andere twee, hij bleef maar gaan. Na een minuut of acht kon ik de karper scheppen. Deze was wel tegen de 70 cm, een bonk spieren. Wat een avond! Heerlijk toch dat penvissen op Flevokarpers! Kom er gauw weer terug.






zaterdag 3 februari 2018

Vissen als het kan


Een zaterdagse ochtend op de bank. Geen visplannen vandaag. Nog niet tenminste. Straks eerst klussen met zoon. Kijken hoe lang dat duurt. Nu even tijd om mijn blogje dat ik eerder was begonnen af te maken. Anders komt het er niet van. Wil de gang er wel inhouden. Een bericht over het nieuwe jaar, dat was de bedoeling. Inmiddels is het al weer februari. De snoeken krijgen mogelijk al paaidrang en zoeken de ondiepten op. Weet wel een paar van die stekken, binnenkort eens opzoeken.

Nu over voornemens voor het nieuwe jaar. Moet je die als nostalgisch visser wel hebben? Ach, wat zal ik ervan zeggen? Niets moet natuurlijk. Bij vissen zeker niet, behalve een vispas hebben, weidelijk met de vissen omgaan en je rommel opruimen. Wel zo netjes dat laatste, doet helaas niet iedereen.




Maar dromen kan geen kwaad. Is deel van de pret. Vissen is verbeelding. Heerlijk om plannetjes te maken en verlangens te koesteren voor aan de waterkant. Plannetjes heb ik wel. Geen harde doelen of targets, daar houd ik niet van. Vang graag een visje, maar prestatiedrang past niet zo bij mijn huidige visserij.


Wil de poldervisserij voortzetten, ook vaker ‘s morgens vroeg. Dat laatste is me goed bevallen, afgelopen seizoen na jaren weer gedaan. Ga de zeeltsloot verder ontdekken. Daar in het vroege voorjaar vissen met lichter materiaal, volgende maand al proberen. Want proberen en ontdekken, daar houd ik wel van. Vooral nieuwe stekken verkennen doe ik graag. Of experimenteren met andere vismethodes. Het vertrouwde loslaten en openstaan voor het onbekende. Met het risico dat je niets vangt en vistijd vergeefs investeert. Erg is dat niet, het gaat om de beleving. En leren doe je altijd, ook als je niets vangt. Cirkeltjes rond maken. Al die cirkeltjes vormen een keten van ervaring en vormen zo de vissende mens. 

In de nieuwe polder heb ik op Google maps een plasje gezien met in het midden een eilandje. Veraf gelegen van de weg, je moet er lopend heen, zeker 20 minuten lopen schat ik. Het plasje staat in verbinding met ander water, het maakt deel uit van een wijd vertakt netwerk. Maagdelijk water hoop ik. Ben er benieuwd naar en hoop het te ontdekken. Is dus een plannetje. Neem me ook voor om vaker te gaan vissen met vrienden, ook met niet-vissers. Heb vorig jaar ervaren hoe inspirerend het is om een collega mee naar de waterkant te nemen. Zo komen er nog wel meer plannetjes, voor de korte of langere termijn.




Het belangrijkste voornemen is om te gaan vissen als het kan. De spullen in orde maken, zodat de voorbereiding weinig tijd kost. Met de hedonistische focus op escapistisch genieten. Gewoon even weg zijn en de tijdloosheid ervaren van het verwachtingsvol staren naar het puntje van mijn zelfgemaakte dobber. We gaan het beleven.

donderdag 28 december 2017

Koude visdag met een warm slot


Wilde in mijn kerstvakantie minimaal één keer gaan vissen. Vandaag kwam het ervan. Klusjes thuis gisteren al gedaan, verder geen sociale of andere verplichtingen deze dag. Behalve dat ik voor mijn vrouw om 16.00 uur thuis moest zijn, ze had de auto nodig. Helemaal vrij ben je nooit.

Daarom voor een winterdag vroeg vertrokken. Had gisteravond al drie hengels klaar gezet naast de kerstboom. Drie musketiers. Links een powerloop zander met een shadje. Ooit gekocht op een rommelmarkt voor 3 euro, die hengel dan, niet het shadje. Soms zit het mee. In het midden mijn Kunnan streamerhengel, een koopje op Marktplaats, werpt heerlijk. Die kleine rechts is mijn Fair Play hengeltje uit 1973. Zelf destijds gekocht bij meneer Schreiner, ik blogte er al meer over. Zal dat nog wel vaker doen denk ik zo, een avontuurlijk hengeltje is het. Dat bleek vandaag ook weer.

Vandaag wilde ik hoe dan ook een snoek vangen, liefst met het stokje. Het shadje ging mee voor een eventuele baars, mocht de snoek geen zin hebben. Niet op één paard wedden. Maar eerst moest ik de voorruit van mn auto krabben. Koude start en koud zou het blijven. Ik koos voor een oude polder, waar ik niet zo vaak kom. Hier een half uur rijden vandaan. Was al weer een paar jaar geleden dat ik er viste. Ken er plekken die al vaker snoek opleverden. Daar moest het maar gebeuren vandaag.

Voorlopig gebeurde er op de eerste stek niets, behalve kou lijden. Wel lekker werpen met de FP, al viel dat met zo’n dun lijntje met die harde wind soms niet mee. De winterzon scheen aanvankelijk fel deze ochtend. Ondertussen woei een koude zuidooster wind, gevoelstemperatuur onder nul.  Van dat schrale weer was het. Heb liever bewolkt voor snoek, heb er dan meer vertrouwen is. Op de tweede stek vijf minuten verder ving ik eerder met de vliegenhengel meerdere snoeken. De bomen die destijds voor beschutting zorgden waren gekapt. Ook de snoeken leken verdwenen. De zon scheen nog steeds fel en de wind werd niet minder.

Dan maar naar een sluisje met wat dieper water, weer vijf minuten rijden. Op de baars. Even het shadje laten dansen, helaas zonder succes. De warme chocolademelk uit m’n thermoskan bracht enige troost. Toch genoot ik wel. Vissen is vaak een kwestie van volhouden. Ik bezocht nog twee andere stekken, nu iets verder rijden. Weer met het FP stokje. Weer geen aanbeet. Ook op een plek die me ooit vier snoeken opleverden in een half uur. Das war einmahl.

Wat nu nog? Het was al middag, ik had nog een uur ongeveer. Ik herinnerde me een stek bij een boerderij in de luwte. Ook daar had ik wel eens snoek gevangen. Laatste kans moest dat worden. Wel weer een stukje rijden. Het stroomde hard op die stek, mijn lichte spinnertje werd meegenomen. Eerst rechts van de duiker, stroomafwaarts, bijna niet te vissen. Wat moest dat worden? Toen de andere kant, de goede kant wist ik nog. Het spinnertje draaide goed, als een kleine verleider.

Na een paar worpen werd die plots tegen gehouden, even geen beweging en toen een kolk. Vis en geen kleintje, dat voelde ik gelijk. Voor het eerst na vele jaren weer een grote snoek aan het fragiele hengeltje met 15/100 nylon. Maar wat een sensatie! Ik verbaasde over de kracht van het stokje. De vis bleef diep en ging meerdere keren door de slip. Subtiel en met beleid drillen was gewenst, ik kon het nog! Het enkele haakje zat voor in de bek zag ik, moest voorzichtig zijn. Schepnet in de auto gelaten en dus op m’n knieën om de snoek op de kant te krijgen. Dat lukte! Even een geluksmomentje. De snoek was 67 cm, mooi formaat voor de polder. Hier twee foto's.





Later viel me iets op aan de foto. Achter z’n kieuw komt een stukje roze tevoorschijn, had ik eerst niet gezien. Wat zou dat zijn? Kan niet van het onthaken zijn geweest. Weet het verder ook niet. De snoek was sterk en leek kerngezond. 

zondag 17 december 2017

Winterdip en zomerse herinneringen


Hier op de hoge gronden deze zondag nog steeds veel sneeuw. Er valt hier meestal meer en het blijft langer liggen. Mooie plaatjes levert dat wel op. Moet dan ook denken aan andere plaatjes. Weemoedige herinneringen aan vroege zomerochtenden in een groene polder aan een plompenrijke wetering. Late voorjaarsgeluiden van grutto’s en tureluurs, een laagvliegende bruine kiekendief in de verte. Of plots die lepelaar die overvloog. Ondertussen zelf turend naar het zelfgemaakte dobbertje tussen plompeblad.



.

In juni en juli van dit jaar ging ik voor het eerst sinds jaren weer ‘s morgenvroeg op visserspad. Dat is me goed bevallen. Nota bene redelijk dicht bij huis, in een polder van vroeger, toen ik er viste met levend aas op snoek. Nu bijna veertig jaar later had ik er een keer wandelend in de vroege avond karpers gespot. Ben er vervolgens regelmatig gaan vissen. Heb er genoten en mooie momenten beleefd, maar karper vangen is me niet gelukt. Maar wel zeelt! Jarenlang had ik die niet gevangen. En nu kon ik ze vangen. Heb er al met al negen of tien gevangen. Prachtige sterke goudgroene vissen. Hier een paar foto’s. De grootste was meen ik 54 cm.





Wilde in het najaar in diezelfde wetering nog een paar pogingen wagen op karper. Helaas kwam het daar niet meer van. Uiteindelijk heb ik afgelopen seizoen maar een karper gevangen. Dat is de spiegel op de foto.



Gevangen op 15 april in de Flevopolder, ik weet het nog goed. Het was in een ondiep gedeelte van een diepe plas onder een boom. Die middag had de zon geschenen. Viste met twee kikkererwten op een hair, twee meter uit de kant. Had al een tak opgevist en toen ik aansloeg leek het alsof ik wederom vast zat. Al gauw kwam er beweging in. Karper, zei vismaat Hans, die vlak naast me zat. Hij had gelijk. Meters lijn werd van de molen getrokken, mijn 12 voet lange Parteke Morton glashengel krom als een hoepel. Grote vis! Als dat maar goed gaat, dacht ik, wil hem in elk geval een keer zien. Een grote vis verspelen die je niet hebt gezien is altijd extra frustrerend. Is me vaak genoeg overkomen, te vaak. Gelukkig ging het deze keer wel goed. Groot was onze verbazing toen we zagen dat het een spiegelkarper was. Die hadden we hier nooit eerder gevangen, wel schup en graskarpers. Was een mooie vis, niet gemeten of gewogen, kan ook zonder.

 Hier bleef het bij wat karper betreft dit jaar. Werd dus vooral een zeeltjaar, niet minder aangenaam. En sinds kort weer het ultralichte spinnen herontdekt. Genoeg verrassingen dus. Wat zal komend jaar brengen? 

Hopelijk straks in de kerstvakantie al wat tijd vinden om te gaan vissen. Vissen als het kan, ook de winter door het vroege voorjaar in. Wil sowieso nog op snoek met het Fair Play hengeltje. Ben ook nog niet naar de havens hier in de buurt geweest. Vismaat Hans vangt al veel baars, joekels van rond de 40 cm soms. Ook bakken van wintervoorns en windes worden gevangen. Nog even geduld. Wil ook nog een keer een winterkarper vangen, is me in al die jaren nog nooit gelukt. We gaan het wel zien. Eerst de kerstboom optuigen hier.

zaterdag 16 december 2017

Jochie


Of ik z’n nieuwe hengeltje wilde maken. Onlangs gekocht op een beurs, thuis door wat onvoorzichtigheid afgebroken. Het jochie van 11 ken ik niet eens. Via mijn vrouw kwam dit hengeltje bij mij terecht. ‘Want je man kan dat zo goed’ had het ventje gezegd. 

Eerder had ik ook al een gebroken en afgeschreven hengel van hem nieuw leven ingeblazen. Ben geen techneut en zeker geen hengelbouwer. Maar het kunstje om een (gunstig) gebroken hengel van binnenuit met een oud stukje uit een vast hengeldeel te repareren beheers ik wel. Eerst even passen en op maat zagen met een ijzerzaag. Daarna in het holle hengeldeel vastlijmen, wikkelingen erom en een paar keer lakken. Welke ervaren hengelaar kan dat niet en heeft nog nooit een hengel gebroken? 

Het jochie is nog niet zover, maar is wel bloedfanatiek begrijp ik van mijn vrouw. Herken mezelf wel van vroeger in hem, dat fanatisme had ik ook. Jan Schreiner was, naast Johan Cruijff uiteraard, mijn grote held. Las zijn boeken en ging geheel op in zijn prachtige sfeerverhalen. Droomde ervan. Een andere keer meer daarover. 


Terug naar het hengeltje van het jochie. Is een dropshothengeltje volgens mij. Een Etovei Finesse van 1.80 m lang. Nooit van het merk gehoord. Koop al jaren geen nieuwe hengels meer, wel soms een glashengel op Marktplaats. Laatste aankoop van Pateke Morton driedelige matchhengel die ik gebruik als penhengel. 

Zocht die Etovei via Google op en kwam op Russische of Poolse sites terecht, begreep er niets van. Het hengeltje is strak en weegt vrijwel niets, werpvermogen 3 tot 15 gram staat erop. Bij die oude glashengeltjes kan dat volgens mij helemaal niet. Mijn ultra lichte FP hengeltje heeft 2 of 3 gram vermogen, precies weet ik het niet eens. Maar veel meer moet ik er niet aan hangen, moet precies in balans zijn. Die nieuwe materialen kunnen kennelijk veel hebben. Valt best mee te vissen natuurlijk. Maar voelt anders en ik mis het kurk en de reelringen, heeft toch mijn voorkeur. Zal de leeftijd wel zijn. 


In elk geval heb het hengeltje weer gemaakt, moet de wikkelingen alleen nog een paar keer lakken. Dan kan het mannetje weer vissen.

maandag 20 november 2017

Dapper snoekje


Weekendje weg met mijn vrouw. Naar Friesland, Joure om precies te zijn. Hengeltje mee uiteraard, mijn oude liefde, het Fair Play stokje uit mijn jeugd. Hier onthuld in mijn vorige bericht. Voorzichtig het hengeltje veilig opgeborgen in de kofferruimte. Kon niets mee gebeuren, oudjes zijn kwetsbaar.

De zaterdag was voor cultuur en sightseeing. Het hengeltje moest wachten. Zondagochtend een museum, oude schilderijen bewonderen in een strak modernistisch gebouw. Daarna een lange wandeling, nog geen tijd voor het hengeltje. Zou het nog komen?

 Halverwege de middag was het zover. Een wat bredere sloot verscheen, kon er met moeite parkeren. ‘ Even proberen’ zei ik. Mijn vrouw knikte, ze is dat wel gewend.

Auto uit, achterklep open, kaplaarzen aan. Het hengeltje kwam tevoorschijn. Eerst een paar worpjes vanaf de weg. Het dunne topje liet zien dat het spinnertje deed zoals Gerrit het bedoeld had. Dat liet zich tergend langzaam vissen in het heldere water. Erg diep was het niet, hooguit 60 cm schatte ik. De sloot liep verder een weiland in zonder hek. Al werpend volgde ik de zompige oever.

Na zo’n veertig meten een een ruk aan het hengeltje. Euforie! Het zachte stokje kromde zich, niet eens veel. Was geen monster, maar een snoekie uit de kleuterklas. Was er niet minder blij mee.


Verscholen tussen verstorven riet lag de rakker op de loer. Geprogrammeerd om toe te schieten op al het eetbare dat voorbij kwam. Om te kunnen voortbestaan. De essentie van het leven in een boerensloot. Alles wat klein was en bewoog is eten. Daarom kon het diertje de subtiele verleiding van het minuscule spinnertje niet weerstaan. Na een paar korte sprintjes was de strijd voorbij. Het bleek een ranke groene schoonheid van nog geen 40 cm te zijn.

Onthaken was nog lastig, het spinnertje zat diep en de kieuwgreep kun je vergeten bij zo’n klein snoekje. Maar kon het diertje uiteindelijk ongehavend terugzetten om verder te kleuteren. Daarna terug naar de auto, het hengeltje weer dankbaar opbergen.