maandag 13 augustus 2018

Daar bij die molen..



Inmiddels al weer een weekje terug van onze vakantie in Italië. Toscane om precies te zijn. Wel een eindje rijden, maar dan heb je ook wat. Prachtige middeleeuwse stadjes en de mooiste landschappen. Zie onderstaande foto's.





Hengels wel meegenomen, maar die zijn in de auto gebleven. Ben nauwelijks viswater tegen gekomen. Toscane is niet het mekka voor de hengelaar heb ik geconstateerd.

Dus twee weken niet gevist, ook de weken daarvoor nauwelijks. Ving nog wel een karpertje op mijn bekende Flevostek, na meerdere missers moet ik toegeven, was niet erg scherp. Maar toch nog een mooi visje, zie foto.




Afgelopen donderdag weer gevist met een vismaat. Nota bene een dag met veel regen na al die droogte en hitte. De hele middag samen onder de paraplu gezeten. Gezellig en bovendien vingen we regelmatig een visje, voorntjes en wat blij en brasem. We vermaakten ons wel ondanks de regen, de plu was groot genoeg om droog te blijven. Ik viste met de swingtip, een visserij die ik laatst begonnen ben en me wel bevalt. Handig als je onder een paraplu zit, zie foto, maar ook spannend en effectief. Gevist met maden en mais.




Rond 19.00 uur nog even verkast naar de karpersloot. Dat was wel even schrikken. Het waterpeil was enorm gezakt en onder in de sloot zagen we nog wat karpers zwemmen in het weinige water. We besloten om die maar met rust te laten en zochten een nieuwe stek. Dat was bij een rij windmolens, een paar kilometers verder.

Inmiddels begon het flink te waaien, vissen zou lastig worden. Toen we uitstapten hoorden we door de harde wind heen meerdere karpers springen en tuigden toch nog even onze penhengels op. Na een minuut of 20 was het raak. Een ranke turbo gaf eerst nog weinig weerstand om daarna goed los te komen. Wat zijn ze toch sterk, die Flevokarpers, ook deze was niet heel groot, rond de 55 cm schatte ik. Wel een plaatje van een vis, was er blij mee. 





donderdag 28 juni 2018

Vangen in het veen



Weekendje weg geweest met mijn vrouw. In een tentje. Hengels mee natuurlijk. Want wat wil je, midden in het Groene Hart, in een oude veenpolder. Prachtig viswater in de buurt van de camping. Maar waar beginnen? Het meeste water zat niet in mijn vispas. Google bood gelukkig uitkomst. Ik vond een adresje waar ze een dagvergunning verkochten. Dit vergde een diepte-investering van € 2,50. Je moet wat voor je hobby overhebben. Het water bleek fantastisch. Een mooie wetering die in verbinding stond met een paar plasjes. Veel plompenbladen en kraakhelder water. Het water rook naar zeelt en ruisvoorn. Dieper dan ik dacht, rond de 1,50 meter, met een zachte veenbodem. Mijn thuispolders hebben een kleibodem, dit was even wennen.

Twee hengels klaargemaakt. Een zachte gele glashengel van 3,30 meter voor de pen, ongeveer 1,25 pond, staat er niet meer op. Een bijzondere hengel, ooit zelf gekocht bij de firma Vossebreurs in Hilversum, zo rond 1975. Een klassieker dus. Met een nog redelijk nieuw Shakespeare molentje met 20/100 nylon. Zelfgemaakt dobbertje en haakje 10. Geen hair deze keer, maar een maïskorrel met maden en mestpiertjes, een gebakje zou ik zeggen.

De andere hengel was een oude Sudridge glashengel van eveneens 3.30 meter, iets lichter nog. Een paar jaar geleden gekocht op marktplaats. Pas later zag ik dat deze hengel een topoog met schroefdraad had en besloot een paar weken geleden het eens te proberen met een swingtip. Dat was wel fun, ik ving een paar voorns en brasems. Nu dus weer proberen. Ik monteerde eveneens Shakespeare molen, deze met 23/100 nylon en een onderlijntje van 18/100, haakje 8 met een cocktail van mestpiertjes en mais. Geen voerkorfje, maar een wartelloodje van 10 gram.


Voeren deed ik voor de swingtiphengel ongeveer 20 meter uit de kant, naast wat plompenbladen. Drie of vier ballen grondvoer met mais en maden. Voor de penhengel maakte ik een voerplek meer naar links en minder ver uit de kant. Beide hengels ingooien en wachten maar. Kreeg al gauw op beide hengels beet. Ving op de swingtip een baars en een voorn. Op de penghengel nog niet, wel af en toe een tikje.

Zag na een uurtje ongeveer de swingtip heel mooi oplopen. Slaan en hangen. Voelde gelijk dat het een grote vis was, die nam ook gauw zo’n 10 meter lijn, de slip stond licht afgesteld. Het viel me op dat de vis niet opzij zwom, alleen naar achteren en de diepte in, ook zag ik bellenplakkaten. Ik kreeg een vermoeden en even later werd dat bevestigd. Een paling en geen kleintje! Even later kon ik de gladjakker scheppen en op de mat leggen. Een bijzondere vangst, schat zo’n 65 cm lang. Uiteraard de paling weer laten zwemmen. Die slingerde weer beduusd de donkere diepte in.


Een poosje later een wegloper op de pen. Weer een grote vis, een snelle run links de plompenbladen in. Dit voelde als een zeelt. Helaas was de pret van korte duur, de vis schoot los. De herkansing kwam een half uurtje later. Ook dit moest een zeelt zijn. Maar ook deze kon ik niet tegenhouden en zwom zich vast tussen de plompen. Tijd voor een list. Ik liet de lijn vieren en wachtte totdat de dobber zou gaan bewegen. Dat lukte. De vis kwam los en even later kon ik een mooie licht gekleurde zeelt scheppen. Wat een schoonheid! Daarna nog een half uurtje gevist, maar niets meer gevangen. Uiteindelijk voldaan mijn spulletjes weer ingepakt. Ik kom hier vast nog eens terug.


zondag 20 mei 2018

Kruip door sluip door



Al drie keer had ik niets gevangen. Wel een karper gelost en één verspeeld door lijnbreuk. Dat laatste mag natuurlijk niet gebeuren. Moet wel zeggen dat Dafne Schipper in topvorm die karper niet bij had kunnen houden, zo snel ging de vis ervan door. De slip van mijn oude Sigma 035 kon het niet bijhouden, net iets te veel wrijving door de 13 ogen op mijn oude glashengel. Maar goed, wel vis gevoeld. De laatste keer vissen had ik zelfs geen beet gehad. Ook niet op mijn stekken die eerder succesvol waren. Ook dat is vissen. Wie niet vist, zal ook niet vangen.

Gisteravond weer een poging gewaagd. Rond half 7 aan de waterkant. Eerst vijf stekken aangevoerd. Mijn Pateke Morton opgetuigd. Twee kikkererwten aan de hair gedaan, een grassprietje als stoppertje. Altijd bij de hand. Gevoerd met grondvoer, hennep en kikkererwten. De kikkererwten weer geweekt met honing en 20 minuten gekookt. Beetgaar waren ze, lekkere karpersnoepjes. Ingelegd dichtbij de kant en afwachten maar. Stek na stek. Zat zo lekker te vissen na een drukke werkweek. Ook al gebeurde er lange tijd niets, zelfs geen tikjes van de vele ruisvoorntjes daar. Zag ook geen beweging in het water. Meestal bevis ik een stek 15 tot 20 minuten, zo ook nu weer. Maar het bleef rustig. Wel zong een zanglijster zijn mooiste lied.

Hoorde na een poosje wel regelmatig verder weg karper springen. Dat was in het beboste verlengde van de tocht waar ik zat te vissen, aan de andere kant van een weggetje, verder het bos in. Wel liep er een pad langs aan de kant met bomen parallel aan de tocht. Ik was daar nog niet eerder geweest. Toch eens proberen dacht ik. Zo’n 100 meter het pad op zag ik wel mogelijkheden om tussen de bomen en struiken door bij het water te komen. Kruip door sluip door vissen, eigenlijk houd ik daar wel van. Het moet niet te makkelijk zijn om het doel te bereiken. Ik voerde op een paar plekjes tussen de overhangende takken mijn laatste kikkererwten. Grondvoer en de hennep waren al op. Inmiddels werd het onder de bomen al schemerig. 

De eerste twee stekken leverden niets op. De derde stek was met de lange hengel lastig bereikbaar. Ik kroop en sloop heel voorzichtig naar de kant toe. Het lukte net om tussen de takken door ik te werpen, onderhands worpje. Net naast een boom die in het water lag. Linke boel, maar je moet wat. Zag wel veel pluis in het water uit de bomen. Ik kon, mede door de schemer, mijn dobber nauwelijks meer zien. Wel kon ik mijn lijn die door de pluis bleef drijven in de gaten houden. Ik bedacht dat bij een aanbeet de lijn wel zou gaan lopen. En zo geschiedde het even later. De lijn liep naar links weg en deed dat inderdaad niet vanzelf. Ik sloeg aan en hangen! De karper nam gelijk een run van zo’n 20 tot 30 meter. Gelukkig niet richting de boom. Soms zit het mee. Het duurde wel even voor ik de karper kon scheppen. Knokkers zijn het. Deze karper was 57 cm, geen kanjer, maar een mooie vis. Ik was er blij mee.



Wel leuk eigenlijk dat vissen tussen de bomen, maar niet makkelijk, je moet wel een beetje behendig zijn. Het zijn wel de plekken waar de karpers zich schuil houden volgens mij. De volgende keer ga ik nog wat verder de tocht langs het bos in, volgens mij vist niemand daar. Beetje proberen, zoeken en ontdekken, daar houd ik wel van.




dinsdag 1 mei 2018

Vangen met kikkererwten


Sinds een paar jaar vis ik met kikkererwten. Het is klassiek aas las ik ergens. Boilies zijn modern. Dan ben ik dus ouderwets. Vis nooit met boilies. Heb niet het gevoel iets te missen. Want vanavond was het weer raak. Aan kikkererwten, twee op de hair. Deze keer gezoete kikkererwten. Gezoet met honing. Eerder had ik een zak gedroogde kikkererwten gekocht bij de Turk. Niet om hummus te maken, al ben ik daar gek op. De kikkererwten had ik geweekt in water met flink wat honing. Daarna kort gekookt, beetgaar waren ze, niet heel zacht. Smaakten wel lekker, vond ik zelf wel. Nu de karpers nog. Die mochten vanavond proeven. 

Rond 18.00 uur zat ik op mijn stek. Zelfde plek als zaterdag en een week geleden. Eerst vier stekken aangevoerd, twee aan elke kant van een weggetje. Geen agressieve muggen deze keer, zoals vorige week toen ik onder de bulten thuis kwam. Die zitten daar vaak. Nu niet vanwege de kou. Allemachtig, wat was het koud. Gelukkig lag mijn oude duffelse winterjas nog in de auto. Snel aangetrokken. Daar zat ik dus op mijn krukje. Lieslaarzen weer aan voor geval dat. Mijn timer op 25 minuten voor de eerste stek. Die haalde ik niet, want na een kwartier ving ik al de eerste karper. Die nam al gouw zo’n tien meter lijn en hield wel even vol. Toch maar 55 cm lang. Ik zei het eerder al, die slanke Flevokarpers zijn erg sterk.


Vraag me wel eens af of ze lijken op die boerenkarpers in Noord-Holland. De volgende karper aan de andere kant van het weggetje was kleiner, nog geen 50 cm. Die ving ik vrij snel na de eerste. Ook aan de honingerwten.


Toen een poosje niets en al in de schemering ving ik de derde. Die was 52 cm. Daarna inpakken en naar huis. Toch lekker gevist met die erwten. Al hadden die karpers een ander aasje, ook een boilie, waarschijnlijk ook gepakt. Maakt me ook niet uit.




zondag 29 april 2018

Vangen en lossen


Zondagmorgen thuis op de bank terugdenkend aan gisteravond. De hele zaterdag had ik hard gewerkt aan mijn nieuwe schutting. Diepe gaten graven, loodzware hardhouten palen plaatsten en schermen monteren van larikshout. Het resultaat mocht er zijn. Degelijk vakwerk vond ik zelf, laat de storm maar komen. Die kwam gisteravond gelukkig niet, het was redelijk weer hier. Visweer vond ik. Daarom rond half zes op pad. Net als vorige week naar de Flevopolder om Flevokarpers te verschalken. Dat lukte vorige keer immers goed. Ging daarom naar dezelfde stek. Niemand te zien. Altijd prettig. Er wordt daar wel gevist, maar niet veel volgens mij. En zeker niet op die moeilijk toegankelijk stekken die mijn voorkeur genieten.


Het is een tocht door een lommerrijk bos, omringt door bomen en rietkragen, prachtig gelegen en met kraakhelder water. Ideaal water om te pennen. Zag er gister nog geen ijsvogels, al zitten die er wel. Ook de bever komt er soms voorbij, meestal in de schemering. Rond mijn stek zie je wel afgeknaagde takken en moddersporen waar hij uit het water de kant op klimt. Een paar jaar terug dook er één op naast mijn dobber en klapte met zijn platte staart hard op het water. Kortom, een paradijsje in Flevoland dat altijd wel een verrassing in petto heeft. 

Zo ook gisteravond. Het gebeurde op mijn tweede stek die ik eerder had aangevoerd. Ik weet dat je dan altijd alert moet zijn en soms direct beet krijgt. Dan overkwam me gister dus ook. De pen kreeg niet eens de kans om te gaan staan, maar zakte gelijk schuin weg. Slaan en hangen. Dat gaat goed dacht ik, had op de eerste stek al een karper gevangen van 57 cm. Deze leek groter. Maakte run na run, mijn Pateke Morton matchhengel krom als een hoepel. Prettig geluksmoment voor een penvisser. Even later was het genoegen plotsklaps voorbij. Los! Kan gebeuren natuurlijk, lossen hoort bij het karpervissen en kan velerlei oorzaken hebben. Deze oorzaak werd me snel duidelijk toen ik mijn haak met hair bekeek en een schub zag. De karper was vals gehaakt. Die tellen niet. Niet erg dus dat die los schoot, ook beter voor de vis. Bovendien had ik al een karper gevangen, zie de beginfoto.


De stek was natuurlijk wel verstoord geraakt. Verderop bij wat riet, dicht bij het sleepspoor van de bever had ik ook gevoerd. Daar nog even proberen. Het was onderaan een talud, tussen de bosjes onder bomen. Kruip door sluip door vissen, heerlijk vind ik dat, voorzichtig manoeuvreren met mijn 3.65 lange glashengel. Dobbertje wilde eerst niet gaan staan, haalde een paar takken op die op de bodem lagen. Stek zal ook wel verstoord zijn dacht ik. Dat viel mee, want even later stond ik weer met een kromme hengel een karper te drillen. Moest wel door het riet het water in om te scheppen, had gelukkig mijn lieslaarzen aan. Visje van 52 cm, zo’n typische torpedovormige Flevokarper, snel en oersterk.


Terwijl ik nog met een kromme hengel stond, had ik in een ooghoek al een auto zien stoppen. Ik herkende de man die uitstapte aan z’n jas, had hem op de heenweg op een andere stek al zien zitten. Een visser. Het bleek een Poolse visser te zijn. Hij had niets gevangen was nieuwsgierig naar mijn stek. Dat er karper zat had hij net gezien. Of er ook grote zaten? Nee, dat niet, zei ik eerlijk, de meeste die je hier vangt zijn rond de 50/60 cm, soms een zeventiger, maar altijd slanke vissen, geen dikbuiken. Vond dit wel lastig. Iedereen mag van mij overal vissen, ook op mijn stekken. Die natuurlijk niet van mij zijn, al heb ik ze soms wel zelf ontdekt. Ook heb ik niets tegen Polen. Mijn oudste zoon had een Poolse vriendin, een lief meisje. Afgelopen winter waren we zelf een weekje in Polen, weinig mis met de mensen daar. Helaas hebben Poolse vissers een bepaalde reputatie opgebouwd. Wat je hoort is dat ze hun rotzooi laten ze achter en de vissen meenemen. Het omgekeerde lijkt me beter. Of deze man ook een meenemer was weet ik niet. Hij kwam wel serieus over. Ik probeerde uit te leggen dat het kwetsbaar water is en de visdruk beter beperkt kan blijven. Afwachten maar of die boodschap overkwam.

Overigens ving ik mijn karpers met een kikkererwt en een maïskorrel aan een hair. Had vier stekken aangevoerd, ook met hennep. Het werkte weer. Aan de Pateke Morton een oude Sigma 035 met 22/100 nylon, ook dat werkt altijd goed. Gauw maar weer terugkomen!

zondag 22 april 2018

Eindelijk


Poosje stil geweest op mijn blog. Miste de inspiratie om te schrijven, had er ook de rust niet voor. Was nogal druk op het werk en het weer zat ook niet mee. Ook sociaal gezien waren er andere prioriteiten. Wil het nu weer oppakken. Heb ook wat te melden, de foto verklapt dat al. Want afgelopen vrijdag was het zover. Eindelijk na al die maanden weer gevist. Kon niet langer wachten. Had wel mijn spulletjes goed verzorgd in de winter, ook nieuwe lijn op mijn molentjes gezet. Was er dus klaar voor.



Rond vijf uur vrijdag had ik tijd. Altijd lastig om te kiezen, genoeg mogelijkheden hier binnen een half uurtje rijden, oude en nieuwe polders. Het werd een nieuwe. Eerst kijken bij een tocht waar ik een paar jaar geleden regelmatig karper ving. Wel een lange tocht, gelegen in een bos, maar waar zouden ze zitten? Op de eerste plek aarzelde ik. Het water lag er mooi bij, maar ik zag geen aanwezigheid van karper. Dat zegt niet zo veel, maar ik reed toch even verder naar een volgende stek. Dat bleek een goede keuze.


Ik zag gelijk de aanwezigheid van vis aan het oppervlak, overal kringen en ook deining in het water. Veel voorn, maar ook zag ik donkere schaduwen voorbij komen. Dat moest karper zijn! Ik ging in een vuilhoek zitten met zowel afgestorven als ook opkomend riet. Ik viste daarover heen met mijn 3.60 lange driedelige Pateke Morton matchhengel. Een heerlijke glashengel met voldoende body. Had direct beet, dobbertje ging alle kanten op, maar geen wegloper om op te slaan. Had haakje 10 met op de hair een kikkererwt en een maïskorrel. In het riet voor me zag ik kolken en bewegende rietstengels, op nog geen meter van me af! Maar vangen was er niet bij. Dan maar op voorn dacht ik, wilde toch dat mij handen naar vis zouden ruiken. Had ook mijn oude Shimano Twinpower 1 ponds hengeltje bij me met met een molentje met 18/100. Monteerde een klein vlokdobbertje, wat loodjes en een haakje 14.

Legde in net achter het riet op ongeveer 30 cm, terwijl het daar al ruim een meter diep was. Viste met een halve maïskorrel en ving al gauw een paar leuke ruisvoorns van rond de 20 cm. Dus in elk geval vis. Ondertussen kreeg ik een appje binnen van een vismaat die zich in een naburige late winterhaven klem ving aan 30 plus voorns en windes. Dat ging mij niet lukken dacht ik. Toen dook het vlokdobberje weer onder en gelijk een enorme boeggolf naar links, helaas maar kort, haakje schoot los. Karper! Dus toch! Daarna weer een paar voorns.

Ik verkaste een tiental meters naar waar ik eerder had gevoerd. Met twee hengels, altijd riskant. De Pateke Morton op ongeveer zes meter op de bodem. De Twinpower vlak voor me, een meter uit de kant, met een maiskorreltje ook op de bodem, het was daar maar 60 cm diep.

Toen gebeurde het. Kijkend naar de andere dobber en zag ik in een ooghoek de lijn van de Twinpower strak lopen en de top krom trekken. Direct een enorme run naar de overkant, de twinpower als een hoepel en een gierende slip. Als dat maar goed gaat dacht ik. Het ging gelukkig goed, heerlijk om zo’n vis te drillen met zulk licht materiaal. Op die plek geen bomen in het water, dus ik kon de karper de ruimte geven. Ook het kleine haakje hield het. Die Flevokarpers zijn echte torpedo’s en oersterk.

Ging weer terug naar de vuilhoek. Nog steeds beweging in water daar. Viste nu weer alleen met de Pateke Morton met kikkererwt en mais. Na zo’n 20 minuten een trage wegloper en direct een run naar links, het afgestorven riet in. Gelukkig kwam de vis snel los en kon ik de karper uitdrillen. Deze was slanker, echt zo’n torpedo, kenmerkend voor karpers uit de Flevopolder. Maar oersterke vissen. Voldaan ging ik even rustig op mijn krukje zitten. Nu al een verdubbeling van mijn karpervangst van vorig seizoen.


Inmiddels liep het tegen half negen en de uitbundig zingende zangvogels genoten met mij van de mooie zomerse avond. De tocht waar ik zat te vissen liep door aan de andere kant van een weggetje. Ik had daar bij aankomst al gevoerd. Dus daar nog even proberen.


Als gauw liep de dobber schuin weg, maar ik wachtte wat te lang. Zag even later een rietstengel vlak tegen de kant bewegen en sleepte mijn dobber daarheen. Al gauw een mooie wegloper en direct weer een run. Voelde gelijk dat deze karper groter was dan die andere twee, hij bleef maar gaan. Na een minuut of acht kon ik de karper scheppen. Deze was wel tegen de 70 cm, een bonk spieren. Wat een avond! Heerlijk toch dat penvissen op Flevokarpers! Kom er gauw weer terug.






zaterdag 3 februari 2018

Vissen als het kan


Een zaterdagse ochtend op de bank. Geen visplannen vandaag. Nog niet tenminste. Straks eerst klussen met zoon. Kijken hoe lang dat duurt. Nu even tijd om mijn blogje dat ik eerder was begonnen af te maken. Anders komt het er niet van. Wil de gang er wel inhouden. Een bericht over het nieuwe jaar, dat was de bedoeling. Inmiddels is het al weer februari. De snoeken krijgen mogelijk al paaidrang en zoeken de ondiepten op. Weet wel een paar van die stekken, binnenkort eens opzoeken.

Nu over voornemens voor het nieuwe jaar. Moet je die als nostalgisch visser wel hebben? Ach, wat zal ik ervan zeggen? Niets moet natuurlijk. Bij vissen zeker niet, behalve een vispas hebben, weidelijk met de vissen omgaan en je rommel opruimen. Wel zo netjes dat laatste, doet helaas niet iedereen.




Maar dromen kan geen kwaad. Is deel van de pret. Vissen is verbeelding. Heerlijk om plannetjes te maken en verlangens te koesteren voor aan de waterkant. Plannetjes heb ik wel. Geen harde doelen of targets, daar houd ik niet van. Vang graag een visje, maar prestatiedrang past niet zo bij mijn huidige visserij.


Wil de poldervisserij voortzetten, ook vaker ‘s morgens vroeg. Dat laatste is me goed bevallen, afgelopen seizoen na jaren weer gedaan. Ga de zeeltsloot verder ontdekken. Daar in het vroege voorjaar vissen met lichter materiaal, volgende maand al proberen. Want proberen en ontdekken, daar houd ik wel van. Vooral nieuwe stekken verkennen doe ik graag. Of experimenteren met andere vismethodes. Het vertrouwde loslaten en openstaan voor het onbekende. Met het risico dat je niets vangt en vistijd vergeefs investeert. Erg is dat niet, het gaat om de beleving. En leren doe je altijd, ook als je niets vangt. Cirkeltjes rond maken. Al die cirkeltjes vormen een keten van ervaring en vormen zo de vissende mens. 

In de nieuwe polder heb ik op Google maps een plasje gezien met in het midden een eilandje. Veraf gelegen van de weg, je moet er lopend heen, zeker 20 minuten lopen schat ik. Het plasje staat in verbinding met ander water, het maakt deel uit van een wijd vertakt netwerk. Maagdelijk water hoop ik. Ben er benieuwd naar en hoop het te ontdekken. Is dus een plannetje. Neem me ook voor om vaker te gaan vissen met vrienden, ook met niet-vissers. Heb vorig jaar ervaren hoe inspirerend het is om een collega mee naar de waterkant te nemen. Zo komen er nog wel meer plannetjes, voor de korte of langere termijn.




Het belangrijkste voornemen is om te gaan vissen als het kan. De spullen in orde maken, zodat de voorbereiding weinig tijd kost. Met de hedonistische focus op escapistisch genieten. Gewoon even weg zijn en de tijdloosheid ervaren van het verwachtingsvol staren naar het puntje van mijn zelfgemaakte dobber. We gaan het beleven.